Dit is de website van Philippe Vindevogel, hulppriester in het decanaat Poperinge 

www.philippevindevogel.be

                    
                 Deze pagina wordt beetje per beetje aangevuld...

 
mijn TAKEN als HULPPRIESTER in het decanaat POPERINGE

Mijn priestertaken als Rooms Katholiek priester verschillen in niets van een andere priester. Hét verschil ligt in het feit dat ik geen moderator, of hoe men dat ook benoemt op vandaag, ben op een parochie, federatie of welke
 gebiedsomschrijving dan ook.
Toch behoor ik tot een gebied in de Kerk en het bisdom Brugge maar zonder de taken, eigen aan dat gebied qua organisatie en leiding. Mijn 'pastoor' is de Z.E.Heer Deken van Poperinge.
In zijn opdracht ben ik beschikbaar gesteld om priestertaken uit te oefenen waar dat nodig is in het gehele gebied van Groot Poperinge. ( zie kaartje ).
Zo draag ik missen op in vaak verschillende parochies en dien ik ook de sacramenten toe. Men kan beroep doen op mij via de heer Deken.
Hieronder vindt u alvast enkele nuttige info betreffende de sacramenten en hoe dit in zijn werk loopt. Ook wat geloofsinhoud en wat eigen is aan elke dienst of sacrament is hier ter beschikking.
Ook aanvragen, invulformulieren enz. Kan ju hier vinden.
Hou rekening dat ook deze pagina in opbouw is.

DE HEILIGE MIS- EUCHARISTIE
DOOPSEL SACRAMENT



VORMSEL SACRAMENT
ZIEKENZALVING - H.OLIE
BIECHT
HUWELIJK
EERSTE COMMUNIE
WIJDING TOT PRIESTER
SACRAMENTALIËN
HUISZEGEN of ZEGEN VAN VOORWERPEN enz...
VOORDRACHTEN
PREKEN
BEGELEIDING BEDEVAARTEN
GEBEDSMOMENTEN












  

Artikel Krant van West Vlaanderen, 2018  8 november

Mijn levensloop:

Ik ben geboren op 14 februari 1957 te Menen. Mijn ouders zijn vader Remi Vindevogel ( + 1993 ) en Christiane Platteeuw.
Als kind woonde ik te Menen in de Kortrijkstraat 39 ( hoek met de A.Debunnestraat ). In volle stad konden we toen nog spelen in de straten. We knikkerden in de goot en rolschaatsen kon nog op de stoep. Af en toe kwam er een auto voorbij en vooral de ijsventer met zijn triporteur en 'toeter' waren een graag gezien moment.
We speelden tijdens de vakantie in de Broederschool nabij en we leerden allerlei bij in de klas van Broeder Kamiel. De jaarlijkse Fancy-Fair was een volksfeest zoals men dat nu niet meer kent.
De kleutertijd was in het ' Saint Georges ' of Sint Jorisschool.
Het Lager onderwijs geboot ik in het St.Aloysiuscoillege te Menen ( Overleie ). Ik had er een goede leerschool met sterke leraars. Jammer dat deze school verdwenen is. Ik was er ook lid van de KSA- jongknapen. Ik was niet direct een fan van jeugdkampen maar herinner me toch de heerlijke avonturen te Hechtel en Lichtaart. Later trok ik mee met de CM-kampen ( Spa en Fiesch- Zwitserland ).
Het waren zes mooie jaren met heel veel herinneringen en ik leerde er veel. Ik was een heel stille kerel, eerder onopvallend en daardoor af en toe gepest. Te braaf zijn bleek niet steeds het meest comfortabele te zijn.
Thuis werd de kost verdiend door mijn ouders in de groothandelszaak in Rubber en Plastiek. De winkel werd later magazijn en vader trok dagelijks de 'baan' op. In de vakanties trok ik vaak mee met de 'camionette' om goederen te leveren aan klanten. Vooral de route naar de Westhoek lag me bijzonder nauw aan het hart. Moeder deed het huishouden en het bureauwerk.
Later verhuisden we de zaak en woning naar een nieuwbouw aan de Bruggepoort te Menen ( 't Voske ). Sinds kort is alles verleden tijd en een nieuwe verkaveling herinnert in niets aan wat toen nog landelijk was en heerlijk om als jeugdige te ontplooien. De haast van nu was er nog niet. Dit zou snel wijzigen. De eerste kleur TV, nieuwe apparaten en de snelle 'vooruitgang'. Veel werd eenvoudiger... maar minder genietbaar. De trend werd ingezet tot op vandaag: het 'geestige' verviel in drukte. De tijden veranderden heel snel.
Ik herinner me dat mijn ouders ons het geloof bij brachten. Niet enkel in theorie, maar ook in praktijk. De zondag was nog een bijzondere dag en op die dag ontbrak de zondagsmis niet.
Later werd ook de zaterdagavond ingevoerd. Het leek me nooit een winstpunt te worden. De zondag werd uiteen getrokken. Ook de misvieringen werden ontdaan van hun spiritualiteit en leken stilaan meer een leuk onderonsje te worden. Beatorkestjes moesten succes brengen en de aanwezige Christus in het H.Sacrament keek er naar. Het was een tijd van de 'veel-woorden-liturgie' en het mysterie en de zin van de H.Mis verdwenen in een soort dichte mist. Priesters werden gezien als 'voorgangers' en hun succes dienden ze al dan niet te verdienen of te krijgen. De Heer had soms het nakijken. Met alles werd geëxperimenteerd en het leek alsof de kerk een huis werd van vraag en aanbod. Tabernakels vlogen opzij of in een poetshoek en vedetten kwamen er optreden. Een Mis werd tof zolang er iets gebeurde maar Iemand leek afwezig: de gekruisigde en verrezen Heer. Er werd niet meer geknield en velen werden vriendelijk en zeiden ' merci' bij het ontvangen van het stukje brood'. Het raakte mij als jongere. Het deed pijn. Gelukkig ontmoette ik spirituele priesters met diepgang en zonder een zweem van carrière of aanzien des persoons. Ze hebben me sterk als voorbeeld gediend en voor een deel ook mijn roeping versterkt!
De Humaniora ( lager Moderne ) volgde ik in het St.Aloysiuscollege en daarna trok ik voor drie jaar naar Roeselare om de Tuinbouwstudies te volgen in het Vrij Tuinbouwinstituut - Klein Seminarie. Het waren gelukkige jaren en ik zou het opnieuw doen. Een uitgebreide opleiding maar vaak verguisd omdat Technisch onderwijs nu eenmaal als 'minder' werd bekeken. Dat voelde ik sterk toen ik naar het Groot Seminarie trok.
In 1975 werd ik seminarist en volgde te Brugge twee jaar Filosofie en vier jaar Theologie ten einde de priesterstudies te volgen. Het waren zware jaren maar leerrijke. Toen waren we nog met een grote groep maar de neergang werd ingezet. Alles zou vlug veranderen. Een stevige opleiding maar evenzeer nogal getekend door een geseculariseerde tijdsgeest.
Op 27 juni 1981 werd ik priester gewijd door Mgr.E.J.De Smedt in de St.Vedastuskerk te Menen.

wordt vervolgd

kort overzicht alvast
- 27 juni 1981 : priesterwijding in Menen St.Vedastus door Mgr.E.J.De Smedt
- 1981 - 1982 : aalmoezenier KRO-BE kazerne Dellbrück- Köln
- 1982: september: leraar - subregent Groot Seminarie Roeselare - Vrij Tuinbouw Instituut VtbR
- 1989: medepastoor parochie St.Jozef Oostende
- 1992  medepastoor parochie H.Familie Gaverke Waregem
- 1995  pastoor Westkerke H.Audomarus, + later ook Roksem - federatie Oudenburg
-  2000: pastoor moderator federatie Groot Pervijze ( Pervijze - Oostkerke - Lampernisse en Stuivekenskerke )
-  2012: pastoor- moderator federatie Spermalie Middelkerke ( Leffinge- Slijpe - St.Pieterskapelle - Schore - Mannekensvere en Wilskerke )
-  2016 : Hulppriester decanaat  Poperinge


ARCHIEF 2016

Priester Philippe Vindevogel krijgt een nieuwe benoemingsopdracht

Broeders en zusters,

Wij, priesters, zijn als herders: wij trekken rond met een welbepaalde kudde. We gaan een eind met hen en proberen hen met onze mogelijkheden en beperkingen, maar tevens met een groot geloof en vertrouwen op de Goede Herder en met zijn opdracht zoals aan de apostelen. Samen gaan wij op zoek naar ‘groenende’ weiden. Geen dorre plekken die ons verder af brengen in deze verwarrende wereld. De priester brengt de Blijde boodschap van het komende Rijk Gods, dat hier in ons handelen en gebed een aanvang vindt en de eeuwige bekroning mag vinden in het beloofde Koninkrijk Gods. Daarom is de priester meer dan ooit niet dé sociale werker, maar wil sociaal zijn, is hij niet enkel de materiële verzadiger, maar wijst hij naar Christus voorbeeld hoe we best omgaan met de wereldse zaken .De priester zoekt geen succes of aanzien maar gaat vaak door lijden, pijn en hoongelach omdat hij soms overkomt als teken van tegenspraak. Een priester wil een wegwijzer zijn op het pad, uitgestippeld door Christus in deze wereld. In onze tijden liggen de paden tussen het zoeken naar de Heer en de rush naar wereldse zaken heel ver uiteen. De grote oorzaak m.i. van de groeiende geloofsafval. Niet noodzakelijk een anti-houding maar een ‘neer- gevleid- liggen’ in de roes van de tijd en wat die tijd zowat aanbiedt op alle vlakken. De priester staat daar vaak haaks tegenover met de oproep tot en het beleven van gebed, bezinning, sacramenten, bekering, onthechting, evangelie, … .

Als priester wijst hij de schapen op veilige paden en vruchtbare hellingen. Onze wereld ligt vol gezaaid met valkuilen, diepten, donkere krochten en uitdagende perspectieven. De mens is vrij gevochten van veel, enerzijds terecht, maar anderzijds lijkt het moeilijk om een herder te laten voorgaan in het leven van elke dag. Gelukkig wordt hij bij gestaan door velen die met hem het pad van de Heer bewandelen. Velen bidden met hem, vieren de sacramenten, houden vaak even halt doorheen de overdruk van handelen, overleggen een eigen koppige mening en toetsen die aan de evangelische boodschap of hebben wat over voor de andere of dé Ander!

Toch zou het getuigen van een vorm van blindheid als we tevens geen acht slaan op wat ons daarvan afbrengt. Een herder is verondersteld te zien, te horen en te overwegen wat in de kudde leeft. Dat is niet steeds eenvoudig en ook de herder is niet volmaakt, maar hij wordt gestuurd op weg doorheen zijn roeping door de Heer. Niet hijzelf kiest zijn weg, maar het is God die hem kiest, wie hij ook is, om stappen te zetten op weg naar het Rijk Gods.

Onze tijden zijn vlug en we merken en voelen een snelle verandering op alle terreinen. Die tocht hebben ook wij te gaan in deze wereld met de vlugge wijzigingen. Zo is het niet anders in mijn priesterleven: sterke wijzigingen in de geschonken opdracht. Dat is niet steeds eenvoudig maar nieuwe tijden brengen nieuwe uitdagingen om steeds hetzelfde te brengen.

Mijn levensloop is er een van veel komen en gaan en steeds volgens het ritme van wijzigende omstandigheden in de structuren die gehandhaafd werden vanuit het beleid. ( zie hiervoor mijn opdrachten tot nu en de context. ) Priesters zijn mensen die komen en gaan of zoals iemand me ooit zei “ ze zijn passanten “. Maar dat zijn we allemaal op deze wereld? Of niet soms? En wat is ons gemeenschappelijke doel dan wel? Jawel!

Intussen tellen de jaren zich op en worden krachten  op de proef gesteld. Niemand is kampioen in het geloof, ook de priester niet. Veel veranderde in de laatste jaren na mijn voetoperatie. De mobiliteit werd op de proef gesteld en veel taken lagen moeilijker. Ik heb denk ik hierin gehaald wat kon. In deze periode heb ik vooral op de parochies van Spermalie echte vrienden leren kennen. Trouwe schapen die vaak veel inzet tonen en geloof maar die niet steeds naar waarde worden geschat. Een geloofsgemeenschap is dynamisch en kan nooit bloeien als steeds dezelfde mensen doende zijn. Begrijp me niet verkeerd: dank aan alle doeners, zij uit het verleden, het heden en de toekomst. Als we onze eigen toren maar durven te slechten en anderen willen toe laten in wat gebeuren kan. Onze Kerk heeft in de toekomst nood aan mensen die zich inzetten elk volgens hun charisma en talenten en daartoe kansen willen schenken. Stil staan is een dorre uitgeputte weide achterlaten. Nieuwe weiden zoeken en levendig houden in het teken van de bedoeling van het Rijk Gods en niet een wereldse betrachting nastreven. We zijn dienaars, we zijn allen die met ons kunnen maar mét geloof op zoek gaan naar het beste dat christus ons schenkt. Dat kan enkel via gebed en beleving van de sacramenten.  En hoeden wij er ons voor dat we de Blijde Boodschap versmoren door onze eigengereidheid, hoogmoed en minachting van anderen.

Ik ben dankbaar voor de tijd dat ik hier op Spermalie heb mogen door brengen. Te kort misschien maar de mogelijkheden en omstandigheden zien het anders.

Ik zal veel mensen herinneren en dank voor de kansen die ik al dan niet kreeg en kon benutten. Steeds heb ik vorige parochies vaarwel gezegd en dat betekent dat ik niet vaak terug zal te zien zijn. Anderen krijgen wellicht hier dezelfde opdrachten en waarschijnlijk in een andere ruimere context, eigen aan deze tijden. Hopelijk zullen veranderende structuren niet vervagen tot een ademtekort van het kleinere en het geloof verduisteren in een zweem van organisatie. Kerk-zijn heeft niets te maken met management en zeker de priester is hierin niet een soort bedrijfsleider. Organisatie is nodig maar dan wel één vanuit het hart, Gods Hart!  Mogen kleine geloofskringen ( dorpen ) er beter op worden in een samenwerking met andere parochies. Misschien is de tijd rijp dat de schapen, samen met een herder, steeds zelf mobieler worden in het geloof. Geloof krijgt men niet op een schotel of op een verlanglijstje, maar men gaat op zoek naar de parel, tot men hem vindt! Blijf de Heer zoeken en eer brengen, ook in sterk veranderende omstandigheden. Ik zal niet veel omkijken maar af en toe nog wel eens en blij zijn als alles goed gaat en droevig als velen de geloofsvreugde verliezen. Steeds welkom, maar weet, de priester is niet steeds thuis en maar best ook. Hij gaat op weg met de hem toevertrouwde schapen en af en toe zocht Jezus ook eens een stille plek uit om te rusten en zijn opdracht te verdiepen.

“ NIET IK HEB U UITGEKOZEN MAAR GIJ MIJ UITGEKOZEN “ citaat van Paulus, tekst op de diakenwijding in 1980.

God roept ook ons allen in deze tijden. Laten we nooit jammeren dat het niet gaat, want dat ligt dan meestal ook aan onszelf.

 

Priester Philippe Vindevogel  21.07.2016    

35 jaar priester ( 27.06.2016 )

...